35B301 :Micro-Economie voor EOR
(Microeconomics for EOR)

Algemeen

Voertaal 2-talig (N/E)
Werkvorm: 4 uur hoorcollege (Engels) + 2 uur werkcollege (Nederlands/Engels) (Collegerooster)
Tentamenvorm: 1 toets (gewicht 20%) en 1 schriftelijk tentamen (gewicht 80%) (Tentamenrooster)
Niveau:Bachelor
Studielast:6 ECTS credits
Inschrijving:Blackboard
Blackboard informatieLink to Blackboard (Als u de melding 'Guest are not allowed in this course' krijgt, dient u nog bij Blackboard in te loggen)

Docent(en)


prof. dr. A.J.J. Talman (coordinator)

B.J. Dietzenbacher MSc


Doel van de cursus

Na deze cursus

  • Kent de student het neoklassieke model van het consumentengedrag en de eigenshappen van een nutsfunctie checken en kan de vraagfunctie van een individuele consument afleiden.
  • Kan de student de uitgavenfunctie en gecompenseerde vraagfunctie van een consument afleiden en daarmee de gevolgen van een prijsverandering op de vraag of welzijn van de consument berekenen.
  • Kan de student een algemeen (mededinigings)evenwicht in een ruileconomie berekenen.
  • Kent de student de twee welzijnsstellingen en kan deze toepassen om een evenwicht met productie te berekenen of hoe een efficiente allocatie via transfer van goederen een evenwichtsallocatie kan worden.
  • Kent de student het neoklassieke model van het producentengedrag en kan de kostenfunctie of aanbodfunctie van een individuele producent afleiden.
  • Kan de student verschillende marktvormen analyseren, zoals bijvoorbeeld monopolie, oligopolie en mededinging op lange termijn


Inhoud van de cursus

Een neoklassieke economie bestaat uit huishoudens als consumenten en bedrijven als producenten van de goederen en diensten die geconsumeerd worden. Gegeven de prijzen maximaliseert een consument zijn voorkeuren, die beschreven worden door een nutsfunctie, onder zijn budgetbeperking. De oplossing geeft de individuele vraag van de consument als functie van prijzen en inkomen. De gecompenseerde vraag van de consument is de vraag behorende bij het minimale inkomen dat nodig is om bij gegeven prijzen een bepaald nutsniveau te bereiken, de uitgavenfunctie. Het effect van een wijziging in de prijzen op de individuele vraag, het prijseffect, wordt gesplitst in een door de gecompenseerde vraag bepaald substitutie-effect en een inkomenseffect. Met behulp van de uitgavenfunctie kunnen de gevolgen van een prijsverandering op het welzijn van de consument gemeten worden. Gegeven de prijzen minimaliseert een producent de kosten onder zijn technologische mogelijkheden, die beschreven worden door een productiefunctie. Het verschil tussen opbrengsten en kosten, de winst, wordt gemaximaliseerd. De oplossing geeft het individuele aanbod van de producent als functie van de prijzen. Wanneer geaggregeerde vraag en aanbod gelijk aan elkaar zijn voor alle goederen en diensten, is er sprake van een algemeen mededingingsevenwicht. De eerste welzijnsstelling zegt dat een dergelijk evenwicht efficient is en de tweede dat onder convexiteit een efficiente allocatie bereikt kan worden als evenwichtsallocatie na een geschikte inkomenstransfer via belastingen en subsidies. Naast volledige mededinging komen ook andere marktvormen aan de orde, zoals monopolie en oligopolie, waarbij slechts een of maar enkele bedrijven op de markt actief zijn en invloed kunnen uitoefenen op de prijsvorming. Deze marktvormen zijn meestal niet efficient, wat gemeten wordt met behulp van de Lerner index. Op de lange termijn kunnen bedrijven toe- en uittreden en tenderen de winsten naar nul en de prijs naar de minimale gemiddelde kosten.


Verplichte literatuur

  1. Thijs ten Raa, Microeconomics: Equilibrium and Efficiency, Palgrave Macmillan, Basingstoke, UK, 2013, ISBN 978-0-230-20113-2.


Aanbevolen literatuur

  1. Collegeaantekeningen


Verplicht voor

(15-dec-2017)